
In huisartsenpraktijk Arnemuiden draait sinds een half jaar een beweegklachtenspreekuur. Op woensdagmiddag zit Olde Vogel daar in de spreekkamer, niet als fysiotherapeut, maar als POH-Beweegzorg.
Dit spreekuur is onderdeel van de pilot van De huisartsenconnectie, waarin wordt onderzocht hoe gespecialiseerde fysiotherapeuten kunnen bijdragen aan betere zorg voor patiënten én verlichting van de werkdruk in de huisartsenpraktijk. Olde ondersteunt huisartsen door patiënten met klachten aan het bewegingsapparaat te zien. Hij stelt zelf diagnoses en adviseert over het vervolg. We hebben Olde gevraagd hoe hij deze rol ervaart.
Van behandelen naar diagnosticeren
Olde werkt al jaren als fysiotherapeut en manueel therapeut en heeft zich in de loop der tijd verder gespecialiseerd, onder andere met echografie en shockwave en later volgde hij de opleiding tot extended scope specialist (ESS). “Ik had erg de behoefte om mij verder te verdiepen en mijn rol te verbreden. Niet alleen behandelen, maar ook meer kijken naar diagnostiek en advisering.”
Inmiddels combineert hij zijn werk als fysiotherapeut met die van POH-Beweegzorg voor vier uur per week in huisartsenpraktijk Arnemuiden. Een praktijk met drie vaste huisartsen, een physician assistant, diverse praktijkondersteuners en assistenten. “Het verschil zit vooral in de rol. In de fysiotherapie behandel je, hier ben ik vooral bezig met diagnosticeren, begeleiden en adviseren.”
Een logische stap binnen een innovatieve praktijk
De samenwerking ontstond vrij natuurlijk. De fysiotherapiepraktijk waar Olde werkt is gevestigd in hetzelfde gezondheidscentrum als de huisartsenpraktijk. “Daardoor waren de lijnen al kort en er was al veel samenwerking. Huisartsenpraktijk Arnemuiden staat open voor innovatie en leidt ook toekomstige POH’s en huisartsen op, dus de stap naar de pilot was snel gezet.”
De belangrijkste reden om te starten met het beweegklachtenspreekuur is herkenbaar: het ontlasten van de huisarts. “Veel klachten op het spreekuur gaan over het bewegingsapparaat. Door die minder complexe zorg te verschuiven, krijgt de huisarts meer ruimte.”
Hoe ziet het spreekuur eruit?
Een werkdag als POH-Beweegzorg lijkt in veel opzichten op die van een huisarts. Olde ziet patiënten met uiteenlopende klachten, zoals nek- en rugklachten, knie- en schouderproblemen en beginnende artrose. “Ik heb meestal iets meer tijd, ongeveer twintig minuten per consult. Daardoor kan ik uitgebreider ingaan op uitleg en advies.”
De instroom verloopt via de doktersassistent, die op basis van triage bepaalt of een patiënt bij de huisarts of bij het beweegklachtenspreekuur komt. Soms worden patiënten ook intern doorgestuurd door de huisarts of andere praktijkondersteuners. Tijdens het consult brengt hij de klacht in kaart, doet lichamelijk onderzoek en stelt een diagnose. Vervolgens bespreekt hij het te verwachten herstel en adviseert over het vervolg. “Het is echt een begeleidende en adviserende rol. Ik behandel niet zelf, maar help de patiënt wel verder in het juiste traject.”
Minder zorg, door betere uitleg
Volgens Olde zit een belangrijk deel van de meerwaarde in het voorkomen van onnodige zorg. Zo ziet hij regelmatig patiënten met a-specifieke lage rugklachten die nog maar kort bestaan en waarbij geen alarmsignalen aanwezig zijn. “Die klachten herstellen in veel gevallen vanzelf binnen zes weken. Door goed uit te leggen wat er aan de hand is en wat iemand zelf kan doen, neem je vaak al veel ongerustheid weg.” Daardoor kan een verwijzing naar fysiotherapie of specialistische zorg soms achterwege blijven. “Ik probeer onnodige zorg te voorkomen, zowel richting de eerstelijns fysiotherapie als richting het ziekenhuis.”
Ook bij andere hulpvragen, zoals pijnmedicatie of verzoek om een cortisone injectie ter verlichting van een ontsteking, kijkt hij kritisch mee. “Soms verwachten mensen direct een behandeling, terwijl uitleg, advies en afwachten soms eigenlijk voldoende is. Dan plan je een controlemoment in en kijk je het even aan.”
Hoe ervaren patiënten het?
Patiënten worden vooraf geïnformeerd dat ze bij de POH-Beweegzorg terechtkomen en geven daar toestemming voor. Volgens Olde zijn de reacties overwegend positief. “De meeste mensen zijn tevreden. Je hebt iets meer tijd en kunt daardoor uitgebreider het gesprek aangaan en adviseren.”
Wel merkt hij dat er soms nog onduidelijkheid is over zijn rol. “Sommige patiënten denken dat ik een huisarts ben en anderen denken dat ik daar zit als fysiotherapeut. Mijn rol zit daar tussenin.”
Wat betekent het voor de huisarts?
De impact op de werkdruk is niet exact in cijfers uitgedrukt, maar wel duidelijk merkbaar. “De patiënten die ik zie, zouden anders bij de huisarts terechtkomen. Dus dat is een directe ontlasting van een spreekuur.” Daarnaast is er regelmatig overleg over casussen, wat zorgt voor inhoudelijke uitwisseling en gezamenlijke besluitvorming.
Samenwerken in de keten
Binnen de praktijk werkt Olde nauw samen met huisartsen, doktersassistenten en andere praktijkondersteuners. Daarnaast zijn er korte lijnen met fysiotherapeuten en specialisten. “Je kunt gewoon sneller en makkelijker schakelen. Die samenwerking helpt om patiënten sneller op de juiste plek te krijgen en voorkomt onnodige doorverwijzingen.”
Blik op de toekomst
Of het beweegklachtenspreekuur een structurele oplossing is voor de druk op de huisartsenzorg, vindt Olde lastig te zeggen. “Het is geen wondermiddel. Maar het is wel een waardevolle schakel in het geheel.”
Hij ziet vooral meerwaarde in het verbeteren van diagnostiek en het verminderen van onnodige verwijzingen binnen de zorgketen. Of de functie blijft bestaan, hangt volgens hem sterk af van de uitkomsten van de pilot en de financiering. “Binnen de praktijk zijn we positief. Maar uiteindelijk moet het ook op grotere schaal bewezen worden.”
“Sta ervoor open”
Voor huisartsen die twijfelen over het inzetten van een POH-Beweegzorg heeft hij een duidelijke boodschap: “Sta ervoor open. Ook zonder medische opleiding zoals een huisarts, kun je met de juiste expertise echt iets toevoegen. Het kan helpen om de zorg beter te verdelen en elkaar te versterken.”